India Mumbai Blog #6

Het voornemen van de dag ervoor houd ik vast. Ik kijk alleen hoe laat het is en ga zonder telefoon de deur uit. Richting het strand. De route naar het strand had ik die dag ervoor al uitgestippeld en ik moet via een slum daar naar toe.

Nog even over die bijnamen van mezelf, ik voeg er ditmaal zelf 1’tje aan toe. Stan Slum. Ik merk dat ik het leven daar fascinerend vind en het is geweldig om rond te lopen. Compleet veilig, geen onbehaaglijke sfeer. Ik vind het er heerlijk. Het is mooi om te voelen dat dit OOK een manier van leven is. Kinderen spelen er en zijn blij, familie leeft bij elkaar, er is overal werk en eten is er ook voor iedereen. Is dit een andere levensstandaard? Ja, zeker. Of mensen echt ongelukkiger zijn vraag ik me af en is ook niet te vergelijken.

Ik heb geen foto’s kunnen maken. De verbeelding spreekt en ik probeer het te vertalen op papier. Deze slum, gelegen ter westen van Bandra, ligt aan het water. Bijzondere geuren van een visafslag, bedorven afval, uitstootgassen van brommers en auto’s, etensresten en bloemen als offer ritueel vormen een interessante geur op de vroege morgen. De tandpasta die ik een uur geleden nog rook heeft plaatsgemaakt voor iets wat mijn neus nog niet kent. Ook in deze slum woont en werkt men volledig zelfstandig. Ik zie een marktkraampje met eten. Het lokale streetfood begin ik te herkennen en smaakt me goed na een uur wandelen. 50 cent voor een dosa. Een soort pannenkoek, Indiaas gekruid en gevuld met groenten en kruiden. Heerlijk.

Ik kijk om me heen hoe het verkeer beweegt, hoe geraamtes van kippen worden gehakt en zie hoe 2 jongen gasten ijs aan het halen zijn voor de verse vismarkt. Een flashback naar mijn horeca tijd toen ik in een discotheek werkte (de Chin) waarin ik ook kilo’s ijs heb versleept in een koelbox die ik tussentijds wel eens schoon maakte ondanks de drukte.
Dat ijs, daar verbaas ik me over. Niet dat het ijs hier ook koud is. Nee, de manier hoe ze ermee omgaan. Een gigantisch blok komt aanzetten en met een soort betonklem sleept de eigenaar het over de net natgeregende grond. De ouderwetse machine uit de industriële revolutie maakt een oorverdovend geluid.
Het feit dat het ijsblok, ter grootte van een bierkrat zo over de grond gesleept word en ik nog niet ziek ben geworden klop ik even af op een stukkie hout. Gek genoeg heb ik alles nog lokaal gegeten en enkel nog street-food of lokaal. 20 tenten plus zeker gaat het al goed. En geloof me, ik ben het zeker van plan om te delen als mijn maag een keer is omgedraaid.

Dan ga ik even verderop mijn Dosa zoetig aftoppen voor een Chai en een koekje. Deze Chai is een lekker ritueel en het Indiaase koffie momentje. Zo groot als een shot glas. Even 20 minuten pauze en weer door. Ik besluit even te zitten en de omgeving in me op te nemen. Deze Chai is ook wat scherper dan normaal. Ik slurp ‘m en ben alert van hoe scherp die is. “Sterk bakkie pleur” zouden de koffie-drinkers in Nederlands zeggen. Die alertheid wordt vergroot door een hoop bombarie en geluid in de straat. Even denk ik aan zo’n auto waarin ze aandacht vragen voor het geloof en met allerlei beelden en versiering achter zo’n auto aanlopen. Nee, het gaat om een lijkwagen. Niet zo een verlengde Mercedes met van die vlaggetjes aan de voorkant. Nee gewoon keiharde realiteit, in een open auto. Een soort truck met overdekte achterkant en open zijkanten. Het lijk is bedekt met lakens en bloemen. Ik spot wat onbedekte delen en zie een vrouwelijk lichaam. Ik realiseer me dat dit voor het eerst in mijn leven een lijk zie. Weliswaar op afstand en zonder gezicht of relatie met de persoon, toch komt het even binnen. Wederom maakt het je in het moment.

Het lijkt overigens de normaalste zaak van de wereld hier want het getoeter van de tuktuks passen wel in het getrommel en gerinkel achter die lijkwagen die wordt achtervolgt door de meelopende nabestaanden.
Tjonge jonge, je maakt wat mee. Ik vervolg mijn wandeling en eenmaal op het strand loop ik lekker met mijn voeten in het zand over Juhu Beach. De kleur van het water is net zo grijs als in Zandvoort. Of komt het doordat het as van mevrouw al is uitgestrooid. Ik voel me niet geroepen om er in te gaan.

Wat wel roept is een verse kokosnoot-water. Even zitten en voor me uitstaren. Er liggen wat Indiërs te luieren met een geplastificeerd A4’tje voor een speedboot ritje van 5 minuten. Mij niet gezien. Ik kijk lekker voor me uit naar de horizon die zo goed als vrij is van zicht op een paar gefundeerde cement palen voor de omleg van een nieuwe snelweg. Zal nog wel wat jaren duren hier denk ik. Mister Tata Steel heeft grootste plannen.

Ik lig lekker te dromen en besef me dat het lekker is om me even te ontdoen van prikkels. Niks moet, alleen het geluid van de golven die op en neer gaan. Ik ben tevreden met helemaal niets.

Na wat weg te dromen en inmiddels weer rechtop zittend komen er 2 jongen jongens naar me toe. En ja hoor, ik moet op de foto, voor het eerst. Ik word er vrij ongemakkelijk van merk ik. Niet omdat ik op de foto moet, want ik ken mezelf, ook ik heb een ego en dat is niet vies van een beetje aandacht. Nee meer ongemakkelijk word ik van de manier waarop. Snapchat filters vliegen om me oren, muziek, hun shirts gaan ook uit, een magere jongen en een Indiaas suikerbuikje van een jaar of 18. Ineens speel ik de hoofdrol in hun Snapchat / Instastories. Het besef van een generatie kloof of een wereldwijd maatschappelijk probleem is wat rest. En dat, kort na die gedachtes van die zee en de golven. Ook deze 2 zorgen eveneens voor het contrast.

Toch een gekke gewaarwording, als ik voor mezelf de conclusie trek dat het meer gaat om, het “laten zien aan anderen” dat ze met mij op de foto willen, dan dat ze zelf met mij op de foto willen. Lijkt dicht bij elkaar te liggen deze dingen, wel een wereld van verschil qua gevoel en oprechtheid. Ik haal er een les uit, en besluit bij de volgende vraag op gevoel te bepalen of ik het doe of niet.

Begrijp me niet verkeerd, ik kom absoluut geen aandacht tekort en weet waar mijn ego door gestreeld kan worden en wanneer ik het aan de kant moet zetten. Dit is het in ieder geval niet voor mij. Voor als jullie even willen lachen om mijn ongemakkelijke porum. Ik ga het delen op mijn insta-story: @stanvanmarle.

Ik pak de tuktuk terug en om 15:00 pak ik mijn telefoon. Ik heb niks gemist, op 1 ding na. De geboorte van Lily Castien, van mijn vriend Roy en Toncy. Dit symboliseert voor mij het leven en de dood na wat ik in de ochtend heb gezien.

Gezegend.

One response

Leave a Reply

Discover more from Stan The Man

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading